Een gebeur­te­nis

Gepubliceerd op

— Geplaatst in gelegenheidspoëzie, poëzie

(voor Joep Lange)

 
Een gebeur­te­nis
 
 
Als ik aan de zomer denk, zie ik weer het weidse land
Ik voel de ste­kende zon ter­wijl ik over lan­de­rijen tuur
Ik ken het koele water van de beek, de glooi­ende velden
De kar met paar­den op het rulle bospad
Het zand, de wind, de zon­ne­bloe­men en het hooi

Ik weet hoe het daar ruikt en hoe de stilte klinkt
Het rui­sen van een briesje in de bomen
Het dei­nende koren, in de verte een kerkklok
Een ron­kende trac­tor mis­schien, een vliegtuig
Een zacht zoe­men en gerit­sel in de struiken

De leeu­we­rik zingt er onzicht­baar hoog
Maar ver­der gebeurt hier niets
De paden ken­nen hier geen richting
Over wat plaats­vond wordt gezwegen
Men her­in­nert zich niets

Iemand heeft in dit land­schap een traan gelaten
Geglim­lacht, gefluis­terd en geschreeuwd:
Deze gebeur­te­nis was ongepast
Zij heeft geen bestaansrecht
Dit is wat ik zei ze heeft geen ziel

Er ligt alleen nog een stukje papier
Een instap­kaart, een vlucht­num­mer, een naam
Stoel­num­mer zoveel aan het raam
Hoe zwaar het gewicht van wat daar ligt
In de zomer, in het zonlicht

Je kunt het opra­pen en verscheuren
Ver­snip­perd voe­ren aan de wind of aan het water
Maar het ligt er en blijft lig­gen, het gaat nooit meer weg
Dit land is blij­vend getekend
De stilte zal nooit meer betrouw­baar zijn
 

Antony Oomen
17.VII/2015
Amsterdam