Anne’s Crib – II

Gepubliceerd op

— Geplaatst in proza, vrij proza

Anne’s Crib – II
 
 
Het Anne Frank-huis vormt de bestem­ming van een door­lo­pende pel­gri­mage van mil­joe­nen. Van heinde en ver komen zij naar Amster­dam om er een leeg huis van bin­nen te bekij­ken, een boekenkast.

Bij elk bede­vaarts­oord hoort het onlos­ma­ke­lijke com­mer­ci­ële cir­cus in de directe omge­ving van het hei­lig­dom: mars­kra­mers, fakirs, sou­ve­nir­win­kel­tjes, eet­tent­jes. Natuur­lijk ont­breekt niet de blinde voet­schil­der, die ons zijn met de lin­ker­voet geschil­derde natuur­ge­trouwe afbeel­din­gen van de Wes­ter­to­ren pro­beert te slij­ten. Een koopje, zeg ik u.

Mis­schien is het enige ver­schil met soort­ge­lijke oor­den dat hier ner­gens de col­lec­tie te vin­den is van over­bo­dig gewor­den rol­stoe­len, kruk­ken en kunst­le­de­ma­ten. Maar het won­der van Anne Frank is dan ook niet gele­gen in gene­zing, maar in het feit dat zij wereld­wijd belang­stel­ling heeft gewekt voor een ver­haal, het lezen van een boek. In zeven­tig talen ver­taald, Het Ach­ter­huis. Daar­mee blijft het wel ruim­schoots ach­ter bij de Bij­bel (459 talen), een boek dat dan ook niet door maar één auteur is geschre­ven maar door velen.
 

Antony Oomen
17.IV/2014
Amsterdam